Vanaf oktober in de theaters: onze nieuwe voorstelling Greaseman.

Zeeuwse Nachten 1

2005/2006

Zeeuws Meisje meets Hans Brinker

Het regent. Diep in Zeeland. En niet zo’n beetje. Alsof alles er in één keer uit moet.
In dit Hollands landschap zwoegt een taxi door de nacht met onze held aan het stuur. Hans Brinker: “Alles goed en wel, maar je mag niet roken in mijn taxi, Zeeuws Meisje, daar krijg ik gedonder mee.” Zeeuws Meisje: “Ik rook niet, goeie jongen, ik brand. Ik sta in de fik !”
Het volksoperahuis schaart zich met deze nieuwe muziektheatervoorstelling in de rij theatermakers, die zich genoodzaakt voelt zich te verdiepen in de Hollandse identiteit. Over Nederland, haar onschuld en het verlies daarvan. En terecht. En met een raar soort plezier. Vergist U zich niet. Verdieping in ellende kan behoorlijk veel humor met zich mee brengen. De dood van Van Gogh, of hij nou vriend, collega, of medemens was, was een klap in het gezicht. We hebben lang gezocht naar een antwoord, maar dat is er eenvoudigweg niet, althans, wij hebben het niet kunnen vinden. Wat er wel is, is een voorstelling, die een weerslag wil zijn van de razende trip waar dit land in terecht gekomen is, beperkt rond de kern: ‘Is dit land mijn land. En als het van mij is, wil ik het dan terug’. Een voorstelling recht uit de onderbuik, maar waar het hoofd helder bij gebleven is. En uit het hart gespeeld. Boosheid omgezet in poëzie.
In Zeeuwse Nachten I zien we Hans Brinker, die na zijn ‘heldendaad met de vinger in de dijk’ gewoon taxichauffeur is geworden. Om de Hollandse trots nieuw leven in te blazen, is bedacht dat hij diep in Zeeland de ‘Hans Brinker Award’ uit zal gaan reiken. Twijfel en weerzin strijden bij Hans om voorrang. Moet hij nou ineens op de barricades gaan staan en heel hard roepen dat hij Hollander is? Als Zeeuws Meisje bij hem in zijn taxi in de fik vliegt komt alles in een stroomversnelling. Hij moet iets doen. Maar wat? Ondertussen hangt Joessoef, ‘de sierlijke libero uit het Rifgebergte’, klaar om voor Oranje de winnende treffer voor het nog te spelen WK binnen te koppen. Maar waarom zou hij scoren? Voor wie?

Tekst, spel, zang: Rogier Schippers

Spel, zang: Kees Scholten

Liederen, accordeon, vibrafoon: Jef Hofmeister

Contrabas: Kim Soepnel

Spel, percussie: Dennis Stroucken

Met medewerking van: lokale koren

Zeeuwse Nachten 1 in de pers:

Trouw

"Een droom van een opera”: “Zeeuwse Nachten vindt zijn aanleiding in de dood van Theo van Gogh, en is een bij vlagen oergeestige, dan weer melancholische, en altijd van milde ironie doortrokken zoektocht naar de identiteit van het Nederlander zijn”.

De Volkskrant

“Een verrukkelijke reis over dijken en door aardappelvelden”: “Mooie levensliederen, aanhangend tegen de kitsch, maar te intelligent om daarin te blijven hangen, worden afgewisseld met dwaze dialogen. Gebracht met de nodige ironie, zorgt voor een sfeer die doet denken aan Funhouse….. maar ook aan Orkater, al ligt de muziek lekkerder in het gehoor. …..Schippers zet de meest fantastische typetjes neer, Scholten kan echt zingen en met elkaar brengen ze zoveel moois dat het hier en daar zelfs meeslepend wordt. Zelfs de grootste zuurpruim kan weinig anders dan zich hieraan laven.”

NRC-Handelsblad

“De liedjes van Zeeuwse Nachten zou je mee naar huis willen nemen om naar te luisteren tot de kou minder wordt en het eindelijk stopt met regenen”

Het Parool

“Liederen over een land in verwarring”: “De makers bezingen de hypocrisie, de kleinzieligheid en de klagerigheid van de Nederlander. Hans Brinker eindigt op de bodem van de Westerschelde. Het staat in contrast met de warme intimiteit die de voorstelling uitstraalt. Het Volksoperahuis is een gastvrij gezelschap en in het kleine theater De Cameleon is de bar in de zaal”.

Het Parool

“De try out was vermakelijk en confronterend. Met een aaneenschakeling van prachtige nieuwe volksliederen, spitsvondige teksten, metaforen en bovenal een flinke dosis intelligente humor tonen de Volksoperahuis-typetjes diverse meningen en opvattingen binnen de hedendaagse samenleving.”

TheaterCentraal.nl

“Als er één gezelschap op Oerol thuishoort, dan is het wel het Volksoperahuis. Sinds dit gezelschap in 2000 werd opgericht, heeft het patent op ijzersterke en laagdrempelige, muzikale voorstellingen.”